
Van tussen de takken
AlgemeenDe dichterlijke koning David (rond 1000 v. Christus) bezingt in diverse psalmen de grootheid en heerlijkheid van de Schepper. Psalm 104 vermeldt van het gevogelte des hemels – de vogels in de lucht – dat zij een stem geven van tussen de takken.
Door Henk van der Kooij
Dit zangseizoen had ik het voorrecht dat een mannetjesvink dagelijks vanaf half februari tot begin juli in een boom bij huis bij daglicht veelvuldig zijn zang liet horen!
Zijn luide zang, de ‘vinkenslag’, is een van de meest karakteristieke geluiden van bossen, boomrijke tuinen en parken. Ze is vrij constant en wordt zonder ophouden herhaald. Zittend aan mijn ontbijt heb ik een keer een aantal minuten het aantal vinkenslagen geteld: steeds zes per minuut. Elke 10 seconden een vinkenslag en dat veel uren op een dag.
Een mannetje fluit onophoudelijk om zijn territorium af te bakenen tegen andere mannetjes en om vrouwtjes te lokken. Zijn zang wordt door vogelaars wel omschreven als een ‘watervalletje’: een snel aflopend rijtje heldere tonen dat eindigt met een korte opwaartse ‘krul’. Dat heel herkenbare einde, waarbij de toonhoogte iets omhoog schiet, is de eigenlijke vinkenslag.
Hoorde ik begin juli nog de volle zang, geleidelijk verdween de echte vinkenslag. Nu resteert van tussen de takken een helder scherp ‘fink’.









