
Hijgende hitte
AlgemeenBroedgegevens van zes ooievaarsnesten maken aannemelijk dat nesten die al in januari en/of februari bezet waren in tegenstelling tot latere nesten veel minder vliegvlugge jongen hebben grootgebracht.
Door Henk van der Kooij
Het betreft de vroege paalnesten Schaapsteeg Kesteren, (geen jongen), Beemdsestraat Lienden (geen), Tollewaard Lienden (geen) en Marsdijk Lienden (2 jongen). Gemiddeld 0,5 jong.
De twee latere broedparen verging het beter: boomnest bij boerderij ‘De Wappert’ Lienden (4 jongen) en paalnest Betuwehof Zorg Opheusden (1 jong). ‘Gemiddeld’ 2,5 jong per nest. Wat Betuwehof betreft: voor het eerst na enkele jaren weer broedende ooievaars! Dit zijn natuurlijk geen harde gegevens, maar het is waarschijnlijk dat het koude voorjaar debet is aan de sterfte van de kleine jongen van de vroege vogels.
Echter, de hittegolf van de afgelopen periode was voor de jongen van de late vogels ook niet makkelijk. Vogels zweten niet zoals wij. Ze koelen af door te hijgen: met open snavel laten ze vocht uit hun bek en keel verdampen. Jong en oud hijgen in de volle zon bij ruim 30 graden.
Dit hebben de jongen niet aangeleerd. Het zit in hun genen: meegekregen van de Schepper. Net zoals Purperreigers bijvoorbeeld hun vleugels uitspreiden om hun hele kleine jongen te beschermen tegen anders dodelijk fel zonlicht.









